Fietsen in de Ooijpolder
Bron: Staatsbosbeheer
Afd. Communicatie en Marketing Postbus 1300 - 3970 BH Driebergen 1998 Auteursrecht
voorbehouden
Een boeiende route
Hartelijk welkom bij deze fietstocht door een van de meest fraaie rivierlandschappen van
Nederland. De Ooijpolder kent een grote verscheidenheid aan natuur- en landschaps- waarden: de
rivier met haar oude rivier lopen, de uiterwaarden, wielen, zand winplassen, tichelgaten, een
moerasgebied, bossen, akkers en weilanden.
De polder maakt deel uit van het natuur-ontwikkelingsgebied Gelderse Poort. In dit gebied, gelegen
tus- sen Arnhem, Nijmegen en Emmerich, werken verschillende organisaties, waaronder
Staatsbosbeheer, samen aan het ontwikkelen van de natuur en het vergroten van de oppervlakte
natuurgebied. Bij natuurontwikkeling wordt geprobeerd de van nature in dit gebied voorkomende
planten, dieren en processen terug te krijgen. De mens geeft de natuur een zetje door bijvoorbeeld
een oude rivierarm weer in verbinding met de rivier te brengen, waarna de natuur alle ruimte
krijgt om zich ongestoord verder te ontwikkelen. De Ooijpolder is een paradijs voor de
vogelliefhebber; ± 260 verschillende soorten zijn hier in de loop der jaren waargenomen. Maar ook
botanisch gezien is het van belang. Er komen ongeveer 500 wilde plantensoorten in dit gebied voor.
Voor u gaat fietsen:
De route is 24 kilometer lang. De letters A t/m M op de routekaart geven aan op welke punten u
zou kunnen stoppen om de routebeschrijving te lezen. Een EHBO-post vindt u aan de Ooijsebandijk nr.
28 (ten noorden van Tiengeboden en de Langstraat).
Start
De fietsroute start en eindigt onder de Waalbrug bij Nijmegen. U fietst richting de polder en
neemt de eerste weg links. Daarna moet u gelijk rechtsaf (langs het water).
A. Het Hollandsch-Duitsch Gemaal. Dit gemaal is gebouwd in 1933. Het voert voornamelijk
water van de landbouwgebieden in het Duitse achterland af. Voordat het gemaal er stond was er nogal
eens onenigheid tussen Nederland en Duitsland over de waterhuishouding in de polders. Bij hoge
waterstanden van de Waal liet men vroeger via overlaten water in de polders stromen. Dit deed men
om tegendruk te verkrijgen ter voorkoming van dijkdoorbraken èn om een nieuw vruchtbaar kleilaagje
te krijgen. Omdat de Nederlanders langer gebruik maakten van dit systeem, hebben de Duitsers in
1855 de z.g. Querdamm aangelegd om het Duitse deel van de Ooijpolder, de Duffelt, droog te houden.
U volgt nu de weg met aan de rechterkant "het Meer". Voordat deze waterloop gekanaliseerd
werd was er een fraaie oeverbegroeiing met o.a. knotwilgen. Het is tot in de 17e eeuw bevaren.
B. Persingen. Hiervan wordt gezegd dat het het kleinste dorp van
Nederland is. De stuifzandrug waar het dorp op gebouwd is, is door de wind aan het eind van
de,laatste ijstijd gevormd met zand van de stuwwal, die toen nog onbegroeid was. Het vroegere
(grotere) dorp is door overstromingen (1799, 1809, 1920) bijna geheel weggevaagd, vooral door
kruiend ijs. Het kerkje stamt uit de 15e eeuw. De vroegere herberg "De Bonte Os", iets
verderop gelegen, is duidelijk herkenbaar aan de naam op zowel het pannen als op het rieten dak.
C. U bent zojuist langs enkele wielen (hier daterend van voor 1600) aan de Kerkdijk gereden.
Kolken, waayan of wielen zijn ontstaan door een dijkdoorbraak. Bij zo'n doorbraak stort het water
zich met kracht door de opening, waardoor een diep gat wordt uitgeschuurd. U ziet hier ook een
paalnest voor ooievaars. Deze werden vroeger door de bewoners neergezet om te voorkomen dat de
vogels met het riet van de daken hun nest op het dak bekleedden. Nu zitten er vaak nijlganzen op.
De laatste jaren worden hier steeds meer ooievaars gezien. Misschien broeden zij binnenkort weer in
de Ooijpolder.
D. De heggen die u rechts ziet zijn karakteristiek voor dit landschap. Zij dienden
voornamelijk als veekering en vormden een leefgebied voor kleine zoogdieren, vogels, vlinders en
insekten. Niet alleen als leefgebied maar ook als verbinding tussen natuurgebieden zijn ze
belangrijk, omdat ze bescherming bieden. Zelfs planten kunnen zich langs de heggen verplaatsen. Met
de komst van het prikkeldraad
(± 1914) zijn de meeste heggen verdwenen. Vanaf dit punt op de Kapiteldijk kunt u rechts in de
verte de "Querdamm" (zie punt ook A) zien, dwars op de Kapiteldijk. Deze dam vormt nog
altijd de grens tussen Nederland en Duitsland.
E. De Ooijse Graaf is een oude rivierarm (strang) van de Waal. Ze werd de laatste jaren
gebruikt als afwatering van de polder. Het water uit de landbouwgebieden is echter van slechte
kwaliteit door o.a. bemesting en bedreigde de natuur. in dit gebied. Door het aanleggen van een
nieuwe watergang, die het land bouwwater rechtstreeks naar de Waal voert hoeft het niet meer door
de Ooijse Graal. Dit blijft hierdoor een bijzonder rijk natuurgebied. Het beheer van
Staatsbosbeheer is erop gericht de grote rietvelden in stand te houden, want er broeden bijzondere
riet- en moerasvogels, zoals de roerdomp, grote karekiet en de bruine kiekendief, een grote
roofvogel die nestelt op de grond in het rietveld. Ook de zeldzame zwarte stern komt hier voor,
mede doordat Staatsbosbeheer voor broedgelegenheid drijvende vlotjes heeft gezorgd.
F. De zandwinplas Kaliwaal is ± 14 m diep. De plas heeft haar naam te danken aan de
zandzuiger "Kali". Er wordt nog regelmatig zand gezogen. Als dit niet zou gebeuren zou de
plas weer grotendeels dichtslibben. De verhoging, waar nu nog bedrijfsgebouwen op staan, kan in de
toekomst een belangrijke hoogwater vluchtplaats voor de dieren uit de polder vormen. Geprobeerd
wordt het bedrijf te verplaatsen.
Deze uiterwaarden vormen een belangrijk broedgebied voor vogels. Kokmeeuwen, visdiefjes,
grauwe ganzen, de grutto en zelfs de kluut broeden hier.In de winter is het een pleister- en
drinkplaats voor duizenden kol- en rietganzen die hier in grote aantallen overwinteren.
Om de route verder te vervolgen moet u vanaf punt F een klein eindje terug en dan rechts de
Erlecomse Dam op. Deze dijk is enkele jaren geleden op "Deltahoogte" gebracht, maar
tegenwoordig is men van mening dat dijken wat lager mogen zijn (commissie Boertien).
G. Op de slikranden in de uiterwaarden komen duizenden vogels rusten en fourageren. U staat
hier bij één van de laatste werkende steenfabrieken in de Ooijpolder. Hier worden de Waalstenen
gemaakt. Vroeger waren er hier wel acht in bedrijf. Ze hebben door de ontkleiingen een groot
aandeel gehad in de vorming van het landschap. Door de modernisering in de baksteenindustrie zijn
vele fabrieken gesloten en vaak al gesloopt. Hier en daar zijn nog de bijbehorende arbeidershuisjes
te zien. Van hier zijn verderop de kribben te zien die de rivier in haar bedding houden. Aan de
overkant ligt de Gendtse Waard. Sinds 1900 is de loop van de rivier niet meer veranderd. Het ziet
er naar uit dat de mens de rivier in bedwang heeft. Toch kan de afvoer van regenwater en smeltwater
nog steeds voor grote problemen zorgen. Zoals in januari 1995 toen het water zo hoog kwam dat de
gehele Ooijpolder geëvacueerd moest worden.
H. Hotel Oortjeshekken is een hotel-huiskamereafé zoals ze vroeger vaak voorkwamen in Nederland.
Op kaarten staat het al sinds 1650 vermeld als "ort en ecke" wat zoveel betekende
als hoge plaats op een hoek aan de rivier, later verbasterd tot Oortjeshekken. Binnen is een
vogellogboek aanwezig waarin talloze vogelaars hun waarnemingen en ervaringen hebben opgeschreven.
I. Rechts ligt een oude rivierarm (strang) met daarachter de Bisonbaai, een naar de
zandzuiger "de Bison" genoemde diepe ontgronding. Deze plas is o.a. van belang voor
watervogels zoals de slobeend en de zomertaling. Het is de grootste plas in de Ooijpolder. In de
zomer wordt het als recreatieplas gebruikt door vooral zwemmers en surfers. 's Winters is het een
rustgebied voor de vele trekvogels, zoals de kleine en wilde zwaan. De Bisonbaai is sinds 1995
eigendom van Staatsbosbeheer. Het is vrij toegankelijk.
J. "De Groenlanden" is een natuurreservaat van Staatsbosbeheer. Links van de weg
die uit klinkers bestaat liggen zogenaamde "tichelgaten" (kleiputten), ontstaan door
ontkleiing voor de steenfabricage.
Het water in de tichelgaten is kwelwater uit de Waal. Het stijgt of zakt met enige vertraging
met het Waalwater mee. Het is schoon en helder. Ijsvogels en aalscholvers komen hier vissen, omdat
zij zichtjagers zijn. Naast een grote variatie aan moeras- en zang- vogels leven hier bevers die
door Staatsbosbeheer uitgezet zijn om er voor te zorgen dat het gebied niet helemaal dichtgroeit.
Door bomen en struiken om te knagen ontstaat een gevarieerd bos, waardoor andere plante- en
diersoorten een kans krijgen. Het bos dat u ziet is overigens niet aangeplant, maar heeft zich
spontaan ontwikkeld.
K. De Oude Waal is een Qude bedding van de Waal. Rond 1650 heeft de rivier deze verlaten.
Sindsdien is er een proces van verlanding aan de gang. Er zijn verschillende plantengordels', van
nat naar droog. De strang is een belangrijk broedgebied voor water-, moeras- en rietvogels (o.a.
zwarte stern en roer- domp). Een deel van de graslanden die u hier ziet is in eigendom van
Staatsbosbeheer. Deze worden "botanisch" beheerd. Het doel van deze beheerswijze is
bijzondere stroomdalplanten weer terug te krijgen, zoals fraai duizendguldenkruid en goudhaver. Het
riet in de Oude Waal wordt soms nog door de plaatselijke rietdekker geoogst.
U vindt uitgebreide informatie over de Gelderse Poort en natuurontwikkeling in het
informatiecentrum van Staatsbosbeheer.
Adres: Natuurinformatiecentrum Grenspost Gelderse Poort Rijndijk 6, Millingen, tel.
0481-434182.
In Kekerdom beheert Staatsbosbeheer samen met het Wereld Natuur Fonds een meer eenvoudig
informatiecentrum, dat speciaal gericht is op de Millingerwaard. Adres: Wapen van Kekerdom,
Weverstraat 94, Kekerdom
|